4 oktober 2026

Eergisteren vernamen we het overlijden van een nicht van Anne. Ze was verschillende jaren jonger dan wijzelf. En dat doet je dan nadenken over de vergankelijkheid van het leven. Halverwege de zestig, besefte ik, is er meer achter mij dan voor mij. Wanneer je zomaar meer herinneringen ophaalt dan dat je plannen maakt voor de toekomst, wegen de vele jaren door. Ik ben nu de boenke - mijn grootvader langs moederszijde. Wij zijn de grootouders nu. Waar is de tijd gebleven? Het is allemaal in één zucht voorbij gevlogen. De kans is heel groot dat we over tien jaar vanuit onze stoel nog enkel kunnen mijmeren over onze jeugdjaren, als we er überhaupt nog zijn.  

Toch blik ik tevreden terug op mijn geleefde jaren. Ik heb van niets spijt en zou, mits een paar aanpassingen, hetzelfde traject opnieuw doorlopen. Misschien krijgen we een tweede kans? Of speelt het volgende leven zich af in een parallel universum. De eeuwige donkerte of niets, daar geloof ik absoluut niet in. God bestaat en zelfs de wetenschap komt tot dit besluit. De kosmos is te perfect om toeval te zijn.  Maar goed, mijn jeugd verliep niet zonder horten of stoten maar was een geweldige tijd. Zorgeloos en zonder belemmeringen genoten we volop van het leven. Wij zijn tot op heden de oorlogsvrije generatie.

En vandaag, na het lezen van de doodsbrief, behoor ik plots tot die leeftijdscategorie die in september en masse de Spaanse stranden bezetten. Want deze zijn ondertussen verlaten door de werkende klasse. Ik heb alle gelegenheid en wandel rond zonder tijdsdruk. Ik ben geen twintig meer. Dit idee was plots zo afschuwelijk als ik het overlijden vernam.                                                                                                Eén na één vallen onze leeftijdsgenoten als dobbelstenen weg tot het onze beurt is. In afwachting profiteer ik van wat het leven mij biedt. Ik ga gelukkig niet fietsen. Ik heb veel gefietst in mijn jeugd. Elke ochtend en avond een dertiental kilometer naar school en in de vakanties de vierdaagse fietstochten met de vrienden/klasgenoten. Plots bleef de fiets aan de kant want genoeg was genoeg. Tot op vandaag kan de fiets mij niet bekoren en zeg zelf: de fiets is niet erg handig in onze streek. Hoewel velen van mijn leeftijd en ouder tijdens de zomermaanden op en af onze berg proesten, voor hun "gezondheid".                                                                                                                            Ik behoor tot de generatie die de jongeren vandaag de "Boomers" noemen. De jeugd verwijt ons, ons egoïsme en ons comfortabel leven. Ze verwijten ons te leven en vooral geleefd te hebben. Wij hebben hun planeet geplunderd omdat wij luxueus wilden oud worden. Onze pensioenen en levensstandaard liggen, volgens de jongere generaties, veel te hoog waardoor er hen later niets meer rest. Hoe durven wij zo, zonder blozen, verder te leven terwijl de generatie van de eenentwintigste eeuw in angst leeft voor wat komt. Ze bieden ons nu een vroegere uitweg: euthanasie. Want de vele pensioengelden die indertijd voor ons werden opzijgezet, zijn er nooit geweest en de jeugd betaalt nu met haar toekomst wat wij verteren. Heeft dit niet wat weg van de fabel van Jean de La Fontaine: de krekel en de mier. Ik werkte veel meer dan 38 uren per week en thuiswerken bestond toen niet. Kortom wij zijn te rijk om goed te zijn en zelfs in het Europese halfrond zoeken de jongere parlementariërs hartstochtelijk naar een oplossing om beslag te leggen op wat zij noemen: het vele luie geld. De spaarpotten van de "boomers" opgebouwd in de twintigste eeuw. De schat van de oude draken.

Een doodsbericht schokte even mijn gewone doen. Niet lang meer en mijn naam prijkt ook op door zwart omlijnd briefpapier. Het leven is te mooi om hier lang blijven bij stil te staan maar de gedachte eraan maakt de dagen weer efkens waardevoller. Boomer of niet, de tijd loopt voor elk van ons even snel. Mathematisch toch. Hoe we die invullen is voor elk anders maar toeval of willekeur is zeker niet aan de orde. Elk leven is voorbestemd en wij kiezen enkel de weg die we willen volgen. Dit is althans mijn visie. Ik heb meermaals de verkeerde keuze gemaakt maar ben toch die verdomde "boomer" geworden waarvoor ik dankbaar ben. Ik ben blij om zo genoemd te worden door de voorlopig nog jongere generaties.  

 

Ik heb heuglijk nieuws: het regent vandaag. Niet genoeg om ons echt gerust te stellen maar voldoende om hoop te bieden. Na 141 dagen hoorde ik deze morgen de eerste druppels van een goede bui. Het regende bijna twee uren aan één stuk door. Het biedt de natuur op onze berg en onszelf even soelaas maar we hopen op veel meer de volgende dagen. Natuurbranden behoren voorlopig tot het verleden en daar zijn Anne en ikzelf heel tevreden over. Misschien evolueren we in Europa naar twee seizoenen: een droog en heel warm en een nat seizoen. Als dit zo zou zijn, dan zijn onze waterwerken vandaag volledig nodig en nuttig. Hip Hip Hoera.