Hoogspanning.
Een lichtblauwe Renault stopte voor onze woning. Ik was volop in gesprek met de leverancier van brandhout. Beiden keken we even naar het parkerende voertuig maar babbelden verder. Het portier van de Renault zwaaide open en een kleine, mollige man stapte uit. Het te grote ronde zwarte montuur van zijn brilletje, op zijn dikke, platte neus maakte hem nog omvangrijker dan hij hoog was. Zonder zich te bekommeren om zijn open autodeur stapte hij, weliswaar met kleine pasjes, recht op ons af. Zijn keuze over wie de eigenaar van de woning was, werd bepaald door de plaats waar die stond. De leverancier leunde tegen zijn vrachtwagen, dus stapte de grote zwarte bril recht op mij af. "Gij zijt de eigenaar van de grond hier rechtover?" was zijn directe vraag. Ik keek hem secondenlang aan, richtte mij dan tot de leverancier die verbaasd de schouders ophaalde. Opnieuw keek ik het korte mannetje aan en vroeg hem wie het wilde weten. "Ah ja, excuseer mij, ik ben de vertegenwoordiger van Enedis hier in de streek." en hij herhaalde zijn vraag. De leverancier van het hout deed teken dat hij wel even zou wachten waarop ik de man van Enedis van antwoord diende. Ik zei hem kort dat die grond aan de overzijde niet mijn eigendom was maar van onze buurman. Ik vroeg hem om welke reden hij dat wilde weten. "We gaan einde mei begin juni de houten palen van de hoogspanning vervangen door ijzeren en dat, in de hele vallei. Hier recht tegenover jullie woning, gaan we dat doen met de hulp van een helikopter. Je zal dus een beetje geluidsoverlast hebben." Mijn logische vraag was dadelijk of we dan worden losgekoppeld van de elektriciteitslijn en hoelang dan wel. "We plaatsen een stroomgroep en die zal jullie dan elektriciteit leveren." Waarop ik dan onmiddellijk repliceerde met de vraag naar het geluid van deze oplossing voor onze elektriciteitsvoorziening. "Oh die groep maakt een zacht zoemend geluid en hij zorgt er trouwens voor dat jullie slecht luttele ogenblikken zonder stroom zullen zijn." zei hij snel en draaide zich even om en keek naar de overkant van de straat. Ik wist dadelijk dat zo een krachtige groep geen stille bedoening is. En hoelang de groep ons van elektriciteit zou voorzien, bleef een goed bewaard geheim.
Plots hoorde ik het zware geluid van de BMW van Patrick, de buurman, onze berg oprijden. Ik deed hem stoppen en vertelde hem dat het corpulente, korte mannetje hem nodig had. Ik riep daarop de man van Enedis, stelde hem voor aan de eigenaar van de grond en keerde terug naar mijn leverancier. Ik vertelde hem kort waarover het allemaal ging als de grote ronde bril weer plots naast mij opdaagde en ons zonder meer opnieuw onderbrak. De leverancier reageerde kort snauwend dat blijkbaar alle opzichters en bazen dezelfde autoritaire trekjes hebben. Hij schudde mijn hand, groette mij en klom in zijn vrachtwagen. Ik richtte mij tot de man van Enedis en zei korzelig of alles in orde was. "Ja en einde mei beginnen dus de werken." was zijn antwoord. De opmerking van de houtleverancier, die hij tot tweemaal toe had onderbroken, negeerde hij schaamteloos. Een ware dikhuid die enkel met zijn eigen job en eigen ik bezig was. Hij stapte in zijn lichtblauwe Renault, sloot het portier dat de ganse tijd was blijven openstaan, startte de wagen en reed verder de berg op.
Maandagochtend 18 mei passeerden rond 09.00u een drietal lichtblauwe pick-ups en een vrachtwagen, onze woning. Ze stopten een vijftigtal meter verder. Daar staat de enige betonnen en ook de laatste paal van de hoogspanning. Hier zorgt een transformator die bovenaan deze paal is bevestigd, voor de overgang naar lage spanning. Van daaruit loopt de stroom naar onze woning. De ploeg van Enedis, de maatschappij die het beheer van het elektriciteitsnetwerk waarneemt, overlegde een paar minuten. In en uitstappen, veel over en weer gepraat en dan plots stilte. Ik hoorde het gepiep van banden en enkele seconden later reed het konvooi opnieuw onze woning voorbij, maar deze keer in tegenovergestelde richting, naar beneden. In de late namiddag reed een wit konvooi de berg op. Het waren vrachtwagens van de maatschappij SPIE (Société parisienne pour l'industrie éléctrique). Zij verzorgen de onderhoud van industriële uitrustingen. Kortom zij zijn de onderaannemer voor Enedis wat betreft het elektriciteitsnetwerk. Plots viel de elektriciteit even uit. Ik hoorde veel geroep aan de hoogspanningspaal en ineens startte de motor van de groep op. Neen, geen zacht zoemend geluid zoals de korte ronde bril mij mooi had afgeschilderd, maar wel een storend draaien van een zware dieselmotor. Tenslotte levert deze vervanging wel 40kw elektriciteit. het geluid was een beetje te vergelijken met een zware vrachtwagen die naast je deur staat te draaien. Gelukkig joeg de wind de geur van mazout en uitlaatgassen dadelijk hoog de lucht in. Ik vroeg mij toen wel af wat als het windstil is. Ik troostte mij onmiddellijk met de gedachte dat in de Aude windluwe dagen echt een uitzondering zijn. De klus was geklaard op een tiental minuten. De werknemers echter treuzelden bijna twee uren ter plaatse. Misschien hadden ze meer om handen, maar het was alleszins een leutige bende die plezier voor honderd maakte. Ik vertelde Anne over de aanvang van de werken. We hoopten beiden dat ze snel zouden vorderen.
De volgende dag, dinsdag 19 mei waren de mannen van SPIE reeds vroeg ter plaatse. Rond halftien hoorde ik een helikopter in de vallei. Ik besefte dadelijk dat de grote karwei was begonnen. De helikopter bracht een eerste ijzeren pyloon ter plaatse. Met een tweede vlucht leverde hij de nodige beton in een zak af om de paal muurvast in de grondopening te zetten. En zo ging het de hele dag verder. Vijf ijzeren pylonen werden neergepoot per helikopter. Een waar huzarenwerkje dat door de piloot en werklieden op het terrein prachtig werd afgerond.
Vrijdag 22 mei belde de werfleider van Enedis ons om te melden dat we een paar uur zonder elektriciteit zouden zijn. Zijn telefoontje was amper afgerond of alles viel uit. Het duurde zoals hij zei een paar uren. In volle snelheid en met piepende banden reden opnieuw een paar pick-ups onze berg op. Heen en weer gepraat en wij hadden weer eventjes stroom. Anne en ik hadden die avond een tafeltje gereserveerd in een restaurant. Toen we op het punt stonden te vertrekken viel de stroom uit. Ik hoorde nog stemmen aan de groep en dacht dat ze ons dadelijk weer op het netwerk zouden aansluiten. In afwachting van se aansluiting bleven we nog even thuis. Plots werd het stil. Ik ging even een kijkje nemen maar al het werkvolk was riebedebie. Geen elektriciteit op een vrijdagavond. De mannen van Enedis en/of Spie waren ons vergeten terug aan te sluiten. Ik rende naar huis, vroeg Anne of ze het nummer van die werfleider nog had en of ze die snel wilde contacteren. Anne deed wat nodig was en de man beloofde dadelijk iemand te sturen. Wij konden niet langer meer wachten en vertrokken naar het restaurant. Het verlossende telefoontje kwam tijdens het voorgerecht. Onze buurvrouw stuurde het heuglijke nieuws. Gelukkig geen weekend zonder stroom.
Maandagnamiddag belde ik de werfleider met de vraag hoelang die groep nog bleef draaien. Anne en ik hadden net een weekend met een draaiend vrachtwagenmotor op vijftig meter van ons huis achter de rug. Als je de stilte op de berg gewoon bent, hou je dat zeurende geluid wel een paar dagen vol maar trop is trop. Hij zei tot einde van de week, tot vrijdag...als het weer meezit anders maandag of dinsdag. Ik geloofde mijn oren niet. Zei die nu net heel losjes dat we misschien nog een weekend die motor moesten verdragen!! Ik legde hem even uit waarom ik de vraag stelde maar hij antwoordde leukweg: "je kan de groep altijd uitzetten. En hij lachte eens hartelijk. ik wist dadelijk, dat verder praten geen zin had. Ik vroeg hem toch, als het kon, om ons voor het weekend terug op het net aan te sluiten. HIJ zuchtte eens en ik bedankte hem.
De pick-ups en vrachtwagens van Spie reden heel de week door de vallei en soms onze berg op. Telkens als ik ergens naartoe reed, zag ik ze aan de hoogspanningspalen bezig. Ze werkten constant en ik had de indruk dat het vooruit ging. Het was ook goed weer die week. Het was niet te warm zoals nu en het miezerde 's nachts. Maar ondertussen draaide de groep dag en nacht. Vrijdagmiddag viel even de elektriciteit uit. Het duurde slechts een paar minuten. Noch Anne, noch ikzelf beseften niets. Het was als ik de tuin in wandelde dat mijn euro viel. Het was terug stil op onze berg. Ik liep de straat op en haastte mij naar de groep en de hoogspanningspaal een vijftigtal meter verderop. De groep zweeg. De stroom werd terug geleverd door de vernieuwde hoogspanningslijn. Ik deed een klein vreugdedansje en genoot dan midden op de weg van de rust, de natuurlijk stilte.
Hoe vertroeteld kan je zijn door middenin de natuur te verblijven en de stilte en de rust als normaal te beschouwen? Wij woonden in Vlaanderen langs een heel drukke baan, een invalsweg van de stad Mechelen. Het zware vervoer passeerde bijna twintig uren, aan één stuk door, voor ons deur. Wij woonden in de rij en recht tegenover was er een klein winkelterrein. Spelende kinderen, tierende ouders, startende wagens, luide brommers en dus voortdurend verkeer was dagelijkse kost. Maar goed, wij werkten, we waren jonger, maar vooral niet zo verwend. Nu ik met mijn neus op de feiten ben gedrukt, geniet ik vaak van die stilte en dank de Goden als ik 's nachts enkel gestoord word door de hoeoeoe van de uil, het krijsen van de vos of het blaffen van een hert. De hoogspanningslijn is als nieuw en zonder zware ongelukken zullen wij deze geschiedenis niet meer meemaken. Stilte! Stilte! wil ik.