Het is al een tijdje aan de gang. Vooral op de weg over de bergtoppen, die onze col verbindt met de volgende passage tussen Chalabre en Limoux, is de ravage enorm. Telkens als ik daar passeerde, merkte ik op hoe erger en erger het werd maar stond er verder niet bij stil. Zoals het speelt bij elke mens en ik absoluut niet veel anders ben, het is de ver van ons bed-show. Maar sinds deze week heeft die werkzaamheid zich, bij wijze van spreken, bijna in onze tuin afgespeeld. Het is een triest schouwspel waarbij maar één factor het hele gedoe drijft: economie, neen veel beter: geld.
Donderdagochtend, juist na de wandeling met onze Wannes, hoorden we een zwaar brommend geluid. Een geweldige buldozer met grote grijparm kwam ons bergwegje opgereden. Hij was zo ontzaglijk groot dat zijn wielen aan beide zijden de grasbermen nodig hadden om te passeren. Zo één wiel was groter dan ikzelf. Ja, goed, ik ben absoluut niet van de grootste maar één meter tachtig hoog is toch wel indrukwekkend. Onze Wannes, die anders woest staat te blaffen, was, samen met ons, zo overdonderd dat hij er maar heel stilletjes bijstond. Hij deinsde zelfs een paar stappen terug als het monster onze poort voorbijreed. De chauffeur leek wel een miezerige dwerg op een petieterig nietig stoeltje in een met stalen buizen versterkte kooi bovenop het koetswerk van het kolossale gemotoriseerde gedrocht. Het leek wel of we meespeelden in de filmen van "Transformers" en dat onze col werd ingenomen door de autobots. De monstertruck werd gevolgd door een zwaar uitgebouwde Nissanjeep maar die leek wel een boxautootje in het spoor van zijn grotere vriend. We waren amper bekomen van het schouwspel als drie lege vrachtwagens met opliggers in kop-staart formatie op onze col verschenen. Bij het zien van deze geautomatiserde rijdende slang, wist ik hoe laat het was. Wat aanvankelijk alleen op de bergtoppen gebeurde, verplaatste zich nu naar lagergelegen gebied en heel waarschijnlijk niet ver van ons vandaan. Donderdagnamiddag voelden we de grond daveren. De monstermachine was aan haar vernietigend werk begonnen. Anne en ik bekeken elkaar en we begrepen in één blik dat onze berg er binnen enkele dagen heel anders zou uitzien. Het kappen van de naaldbossen stopte niet op de kim van de bergen maar zette zich door naar alle dennen op onze berg.
Vrijdagochtend wandelde ik met Wannes bewust naar de plaats van vernietiging en verwoesting. Twee monstermachines baanden zich zij aan zij een weg door een sparrenbos van ongeveer dertig jaar oud. De eerste autobot greep met zijn klauw de sparren laag bij de grond. Met een flair van kracht en macht zaagde hij de sparrenstam in een fractie van een seconde gewoon af. Er restte van het arme boompje slechts een paar centimeters boven de bosgrond. De klauw draaide de twintig meter spar horizontaal en met behulp van dezelfde duivelse zaag, sneed hij de boom in stukken van exact twee meter lang. Waar de natuur dertig jaar lang tijd voor nodig had om te creëren werd in minder dan dertig seconden verwerkt tot kant en klaar materiaal voor, in het beste geval dennenhouten planken of anders gewoon papier. De tweede machine volgde in het voetspoor van de enorme zaagrobot om de gezaagde sparren mooi te stapelen op de leeggekapte plaatsen. In een volgende fase worden dan de op maat gezaagde boomstammen langs de weg in lange en hoge hopen gestapeld. Tenslotte worden de vrachtwagens geladen die de ganse dag op en af rijden. Wat mij opviel was dat het spanjaarden waren die de bossen kapten. Ze houden zich heel gedeisd en mijden elk contact. Waarschijnlijk omdat hun komst niet overal in dank wordt aanvaard, hoewel ze maar uitvoeren wat de eigenaars van de bossen willen namelijk geld voor hout.
Het kappen gaat ongehinderd door. Ze werken zelfs vandaag, zondag. Ik vermoed dat deze arbeiders hier in de omgeving op hotel verblijven en pas naar huis(Spanje) weerkeren als hun opdracht afgewerkt is. De vrachtwagens liggen vandaag stil omdat er een v erbod is op vrachtwagenvervoer op zondag in Frankrijk. Deze ochtend wanneer ik met Wannes weer passeerde om een paar foto's te schieten, aanschouwde ik een lege bergflank. Al de sparren en ik bedoel werkelijk, allemaal, waren gekapt. Geen enkele naaldboom had de kaalkap overleefd. De eens zo trotse vormers van een naaldwoud lagen op maat gesneden op hun eigen vorige bosgrond. Niemand, niet de eigenaar, niet de baas van de kapfirma, niet haar arbeiders, stellen zich de vraag over de eventuele gevolgen van deze, naar mijn normen, wildkap. Wat als het morgen weer overvloedig regent. Waar, voorheen het bos op de helling het water vasthield, loopt het bij de volgende zware regenval gewoon de talud af en de weg op, met alle gevolgen vandien. Slijkstromen zullen de grachten dichten waardoor de eventuele schade nog groter wordt. Waar zeker geen rekening wordt mee gehouden, is dat een bos heel wat leven inhoudt. Door op grote schaal de sparrenwouden op onze berg gewoon neer te halen, creëren de boosdoeners een lege ruimte zo ver het oog reikt. De houtkap die hier bezig is, gebeurt zonder één enkele overweging voor natuur en dier. Heel wat dassen, vossen, reeën en everzwijnen zullen hun voedsel elders moeten zoeken de volgende jaren. Ik weet dus ook niet of de plaatselijke jagers zo te spreken zijn over de vernietiging van hun habitat. Maar niet alleen de grote dieren maar ook egels, eekhoorns en andere kleine dieren zullen samen met vinken, mezen en andere vogels hun heil verderweg moeten zoeken. Het herstel van de neergehaalde bossen zal jaren vergen vooraleer de natuur weer in zijn plooi zal vallen. Wat mij het ergste tegen de borst stoot is dat er weinig of geen reglementering is. De enige regel, zover ik vernomen heb, is dat de naaldbossen die aangeplant worden, vrijgesteld zijn van grondbelasting als ze dertig jaar blijven bestaan. Maar nadien is er geen enkele compensatie voorzien of een verplichte heraanplanting voorgeschreven of zelfs geen hergebruik van de eventuele landbouwgrond geëist.
Kortom, ik voel mij een beetje genaaid. Wat als al de naalbossen hier totaal verdwenen zijn. Zonder verplichte heraanplanting verandert het hele reilen en zeilen van het natuurlijke leven op onze berg. En wat hier vandaag gebeurt, is reeds jarenlang bezig over de hele wereld. Vroeger alleen ver van ons bed maar nu ook onder onze ogen. De wijde vrije natuur wordt zo klein dat zelfs de open ruimten tussen de Franse kleine dorpen in het rurale gebied er schuifelgewijs moeten aan geloven. De vraag van zeven en een half miljard mensen naar alles wat hun hartje wenst, eist zijn tol van deze blauwe planeet. Ik heb gelezen dat wij de oorzaak zijn van de zesde extinctiegolf. De uitsterfgolf die de mens teweegbrengt is totaal anders dan de vijf vorige. Wij sleuren, vooral de laatste eeuw, in een heel snel tempo alles wat om ons leeft en beweegt mee in onze ondergang. Zelfs onze moeder aarde zelf kan misschien aan onze vernietigingsdrang niet meer ontsnappen. Haar hulpbronnen worden bliksemsnel opgebruikt. Alles moet wijken voor dat ene zelfvernietigende roofdier: de mens. Zijn we het omslagpunt al voorbij? Ik persoonlijk denk van wel. Toch hoop ik, zoals een mooi spreekwoord zegt, dat wanneer de nood het hoogst is, de redding nabij is. En misschien moeten we daarom dadelijk leren leven volgens de woorden van Gandhi: De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, niet voor ieders hebzucht.