Deze week kregen we onverwacht een geweldig pakje in onze brievenbus. Zowel Anne als ikzelf waren stomverbaasd als we het opendeden. Er zaten een zout- en een pepervaatje in. Maar het waren niet zomaar gewone vaatjes. Voor ons beiden zelfs heel speciale. Ze beelden een Franciscaner en een Franciscanes uit. Grappige figuurtjes zijn het.
Maar wat ook bijzonder was: er werd geen afzender vermeld. We hebben het doosje om en om gedraaid en bespeurden dat het cadeautje was verzonden vanuit Rijsel maar vonden verder geen adres of een boodschap. Wij hebben de hele namiddag van de levering gezocht naar de expeditionair maar zonder resultaat. Eén ding was zeker: de afzender kende duidelijk het verhaal van het zoutvat en onze gehechtheid aan dit vaatje. Wie dit prachtige geschenk naar ons doorstuurde moest tot onze kring van familie en/of vrienden behoren. Anne en ik hadden wel een aantal mensen op het oog maar zekerheid hadden we absoluut niet. Plots ontving Anne een sms met de vraag: "Is ons pakje nog niet toegekomen?" En toen klaarde de hemel uit en wist ze wie de onbekende afzenders waren. Het waren ons nichtje en haar echtgenoot die de vaatjes hadden ontdekt op internet en ze ons naamloos hadden doorgezonden. Toen besefte Anne ook wat de boodschap over een surprise op haar gsm van zeven december van dezelfde nicht, wilde zeggen. Toen, bijna veertien dagen geleden, dacht Anne dat de nicht zich vergist had en deze mededeling voor iemand anders was bedoeld. Erg wanneer de postdiensten zo traag werken maar kortom: de pater en de non zijn terecht, met dank aan de fijne schenkers.
Wij kennen het "PATERTJE", zoals in onze familie het zoutvaatje wordt genoemd, reeds heel lang. Mijn grootvader, waar ik reeds heb over geschreven en door ons "Boenke" werd genoemd, heeft er ettelijke decennia lang zijn eten mee gezouten. De tafel was niet gedekt als het patertje niet naast zijn bord stond. Reeds als kleine jongen was dit zoutvaatje één van mijn favoriete snuisterijen dat onafscheidelijk verbonden was met de vele verhalen en grappen van onze Boenke. Het Patertje zelf, zorgde regelmatig voor hilariteit.
Mijn grootouders woonden niet alleen, een tante en nonkel van mijn grootmoeder woonden bij in. Een afspraak die reeds lang voor mijn bestaan was gemaakt. Deze nonkel en tante waren een belangrijk deel van onze familie. Dus bij mijn grootouders zaten ze altijd met vieren aan tafel en ieder had zijn vaste plaats zoals dat in de meeste gezinnen is. Als wij, ik en mijn broer en zus, bleven eten bij onze grootouders schoven we aan op de vrije plaatsen rond de tafel. Ik zat meestal aan de linkerzijde van Boenke en naast de tante aan de lange zijde van de tafel. Mijn grootvader die aan de kop van de tafel zat, sprak zijn dankgebed uit. "In de naam des Heren Geef mijn kleren Geef mij drank Mijn leven lank(g) De Franse luizen, gaan verhuizen" De laatste zin werd niet meer uitgesproken toen de universiteit van Leuven volledig Vlaams was. Iedereen rond de tafel glimlachte even. Alleen tante die de ernst zelve was, zuchtte heel diep en maakte heel nadrukkelijk en zeer traag een kruisteken. Iedereen begon te eten als mijn grootvader mij lichtjes aanstootte met zijn ellenboog en slinks guitig pinkte. De soep was amper uitgeschept of hij zocht zijn geliefde zoutvaatje. Ik wist wat er ging volgen en keek dadelijk onze tante aan die niets vermoedend haar soep oplepelde. Plots doorbrak Boenke de stilte en vroeg heel luid naar: "HET ZAAD VAN DE PATER" Een heel klein ogenblik was het muisstil en dan mompelde onze tante een paar duidelijke niet mis te verstane woorden. Ook al heb ik nooit geweten wat ze binnensmonds juist murmelde, ik voelde aan dat het geen mooi parool was. We schaterden het uit. Mijn grootmoeder keek aanvankelijk boos naar haar echtgenoot maar kon een glimlach nadien niet onderdrukken. Ik vond het prachtig en samen met Boenke schaterden we lange tijd. Tante die heel puriteins was liet zich telkens opnieuw vangen ook wanneer mijn grootvader zei dat hij gewoon in het Mechels dialect om het zoutvat vroeg. Dat was dan ook de kern van de grap want zout in het Mechelse dialect word uitgesproken als "zààt". De dubbele betekenis van de uitspraak ontging onze tante nooit en ze vond het dan ook maar niets om zoiets onheiligs te formuleren over een Franciscaan en zeker met ons, de kleinkinderen aan tafel.
Het zoutvaatje heeft me blijven fascineren en wanneer mijn moeder bij de verhuis van mijn grootouders naar het bejaardentehuis, mij vroeg of ik iets uit hun huis wou hebben, was mijn antwoord heel klaar en duidelijk: het Patertje. Toen ons moeke antwoordde dat het figuurtje stuk gevallen was, doemden er enkele donderwolken op in mijn hoofd. Gelukkig reisden Anne en ik, weinige tijd later naar Rome en tijdens de terugreis wilde ik absoluut langs Assisi terugkomen. Anne begreep snel waarom en was trouwens zelf heel enthousiast. Wat een weelde aan patertjes in de vele souvenirwinkeltjes in Assisi. Het bezoek van de beroemde kloosterkerk werd dan ook bezegeld met de aankoop van een geweldig zoutvaatje. Ik was de gelukkigste man ter wereld en het "Patertje" doet nog steeds dienst ten huize Hans Sterck op onze berg. Je kan je dus wel inbeelden hoe gelukkig wij beiden waren als het verrassingspakje met het zoutvat en pepervat bij ons toekwam. De figuurtjes zijn iets verschillend en groter dan het Patertje en het Nonnetje uit Assisi zelf, maar dat is niet zo belangrijk. We zullen de beeldjes koesteren en ze krijgen een bijzonder plaatsje op onze tafel en vooral in ons hart. En vanaf vandaag spreken we over de "Peper van het Nonneke" en "het Zààt van de Pater" waardoor de herinnering aan prachtige grootouders en een mooie tijd verder blijven leven in tot traditie geworden tafelmanieren.