Het koude, vochtige weer kon de feestpret niet bederven dit weekend. Niettegenstaande het virus al de restaurants dichthield en dit nog tot zeker 20 januari, hebben Anne en ik lekker gegeten de avond van vijf op zes december. Het was een gezellige maaltijd om ons dertig jaar samenzijn op te luisteren. Champagne en Flock, een aperitief uit Gascogne, openden de soirée. Ze werden vergezeld van een aantal warme hapjes, toastjes met foie gras, viseitjes, crabsla en eiersla. Voor onze Wannes een aantal sneetjes roze worst en wat salamiblokjes. Onze viervoeter is daar echt zot van en hij schuift altijd bij, aan het aperitief. Omwille van de omvang van de hapjes, schakelden we dadelijk over naar het hoofdgerecht. Chateaubriand met groentekrans en gegratineerde aardappelschijfjes. Worteltjes, bloemkool, witlof en champignons vergden heel wat werk maar het was de moeite waard. Het zachte vlees werd naar keuze op smaak gebracht met een verrukkelijke portosaus. De patatjes, efkens gebruineerd, oogden mooi. Daarenboven had elk zijn wijnkeuze gemaakt. Anne koos voor een frisse pinot gris terwijl ik opteerde voor een tien jaar oude Corbières. We hebben echt genoten. Uiteraard mocht het dessert niet ontbreken en niettegenstaande de grote keuze van verschillende soorten zelfgemaakt ijs, prefereerden we de eigen bereide tiramisu. Eventjes was ik "het op restaurant gaan" vergeten. Tijdens het tafelen borrelden vele anekdotes naar boven, de ene al wat correcter als de andere.
Dertig jaar is juist de helft van mijn leven. Als ik van mijn ouderdom de tienerjaren aftrek(60-18) dan heb ik met Anne 71% van mijn leven doorgebracht. En in ons geval bijna steeds 24op24/7op7. Aanvankelijk als zelfstandigen in ons bank- en verzekeringskantoor en nu reeds vijftien jaar in Frankijk op onze berg. Het was uiteraard niet altijd rozengeur en maneschijn maar zoals ons vake zei: Het is stil waar het niet waait. Toch zou ik bij een tweede keuze niet anders gewenst hebben. Anne en ik leerden elkaar kennen in Leuven in een bruine kroeg. Anne was barvrouw en ik was bevriend met haar baas en passeerde regelmatig. Ze was een prachtige verschijning met haar lang blond haar, haar slanke figuur en vooral haar mooie ogen. Het duurde niet lang of ik zocht bewust haar gezelschap op en we praatten over duizend en één dingen. Na een tweetal maanden wilde ik na haar dienst, nog een glas gaan drinken. De avond was te kort en de nacht vorderde snel. De ochtendstond was aan ons gepasseerd als ze ineens op haar uurwerk keek en zei dat het reeds halfnegen was. Ik veerde overeind, kuste haar snel maar met overtuiging op de mond en haastte mij naar buiten. Ik moest mijn kantoor opendoen om negen uur. Die donderdag, zes december 1990, was ik helemaal niet geconcentreerd en mijn vaste klanten merkte dat mijn leven, in de goede zin, overhoop was gehaald. Van het één kwam het ander en als ik haar een eerste keer uitnodigde om met mij uit te gaan eten, antwoordde ze krachtig: "Ik ben geen knapenschender." Anne is namelijk een beetje ouder als ik. Voor de eerste maal in mijn leven stond ik met mijn mond vol tanden. Maar opgeven is een woord dat niet in mijn woordenboek staat en dus genoten we enkele dagen later samen van een heerlijke maaltijd bij Frank Fol in Leuven. Ik was blijkbaar, zoals Anne na het raadplegen van enkele vrienden had vernomen: het avontuur beleven waard. En we hebben op die dertig jaren een hoop avonturen beleefd. We zijn wel een vijftal keren verhuisd. We zijn in Sint Niklaas bijna uit een luchtballon gevallen, we hebben een goot deel van de wereld gezien en we hebben heel hard gewerkt en verschillende zijpaden ( reisorganisator, -bureau, taverne, immobiliën ) bewandeld. Toch hebben we altijd alles samen beslist. Vanaf het eerste jaar hadden we besloten om zolang we samen werkten minstens eenmaal per maand op zakendiner te gaan. Hier bespraken we tijdens het aperitief alle hete hangijzers om nadien heerlijk te genieten van ons, "fiscaal aftrekbaar", etentje en de genomen beslissingen. Elk van ons had zijn specifieke taak zowel op het professionele als op het huishoudelijke vlak. We verdeelden alles volgens ieders mogelijkheden. In Vlaanderen lachten we vaak over de verdeling: ik was de baas beneden (het kantoor) en Anne boven (de privé). Een andere grap van Anne was dat ik de Ceo van het bedrijf was en zij de Mbi of afkorting (naar vergelijking van Mba) van "maar bij in". Het harde werken vlotte vanzelf en heeft zijn vruchten opgebracht. We genieten reeds vijftien jaar van een rustig leven op onze berg. Het heeft niet veel om het lijf maar we zijn onafhankelijk en doen wat we willen. De grote luxe heeft ons nooit bekoord maar wel een leven van doen wat je wenst, zonder zorgen of zonder te moeten omkijken. De stress en de drukte hebben we bewust achter ons gelaten en ik heb er geen seconde spijt van gehad. Dertig jaren samen doet wel wat met een mens. Maar ik heb enkel goede herinneringen en hoop elk jaar opnieuw van een heerlijke maaltijd te mogen genieten op die dag van Sinterklaas en zwarte Piet, de dag van mijn wonderlijke ontmoeting, die dag van zes december. Dankjewel Suske.