De herfst is deze week echt begonnen. De bomen hebben hun laatste maar meest kleurrijke tooi omgehangen. De vinken zoeken naar de laatste beukennootjes terwijl het gebram van de herten verstomd is. Duizenden bladeren kleden onze bergweg en verbergen de contouren van de helling. Weinige onzekere toeristen dalen in gespannen modus met hun kampeerwagen onze berg af. De laatste wielertoeristen nemen het zekere voor het onzekere en passen hun snelheid aan, aan de massa bladeren waarover ze rijden. Het schilderpatroon oogt zeer mooi maar is tegelijkertijd slipgevaarlijk voor gelijk welk voertuig. Nog even, en enkel een paar plaatselijke chauffeurs zullen onze winterrust verstoren.
Normaal is dit het jaargetij waar ik het meeste van houd. Maar deze keer is het heel verschillend. De eerste koude en vooral de vele regendagen hebben onze normale heerlijke zachte nazomer omgebogen naar een natte herfstperiode zoals ik die kende toen we nog in België woonden. Ik heb de vele goedgunstige avonden gemist. Slechts tussendoor dronken we ons aperitief op het terras en uitzonderlijk een paar keren genoten we van een heerlijke warme tas koffie en een praline aan ons gele tafeltje op het gras met zicht op de Pyreneeën. Pyreneeën trouwens, waarvan de toppen reeds wit besneeuwd waren begin oktober. Een duidelijk bewijs dat de herfstnachten van het jaar 2020 kouder en natter zijn dan gewoonlijk. Het was anders en het stemde mij ongemakkelijk.
We zijn wel niet bij de pakken blijven zitten en hebben onze dagelijkse herfstbezigheden afgewerkt, met een ietsje meer tegenzin maar evenveel enthousiasme als andere jaren. Gisteren heb ik de allerlaatste tomaten geplukt. De arme vruchten tonen de littekens van de koude en regen. Anne probeerde het goede vruchtvlees te redden. De laatste pompoenen zijn door de slakken die gek zijn op die vele nattigheid, helemaal aangevreten. Sommige, met zware eetwonden, heb ik van de totale ondergang kunnen redden, maar enkele sukkelaars zijn gestorven op het slagveld van de slijmerds onder de weekdieren.
Diezelfde onderkruipers hebben hun werkterrein ook verlegd naar mijn kolen. Hier eten ze met tientallen kleine gulzigaards hun buikjes vol. Elke dag opnieuw moet ik ze van de kolen plukken. Ze blijken wel een voorliefde te hebben voor de witte kolen terwijl ze de rode kolen meestal terzijde laten. Maar groen, spruit, savooi of gelijk andere kool, ze glijden guitig naar de malse kropbladeren en dineren iedere nacht opnieuw. Korrels strooien hoor ik jullie zeggen, jawel maar we willen het netjes en natuurlijk houden hé. En verder, zijn Anne en ik tevreden met een tiental kolen voor deze winter. We zijn zo geen koolfanaten en dus als we één keer per week deze groente eten tijdens de winter, dan is dat voor ons ruim voldoende. Ik heb wel in september rocket en kleine witte biet gezaaid in de serre en die zijn flink gegroeid. We hebben al een paar keer van deze rocketsla gegeten. Omdat Anne de smaak van deze soort sla niet zo graag heeft, meng ik die met enkele jonge slablaadjes en paardenbloemenblaadjes. Zij minderen de bittere smaak van de rocket en met hun drieën vormen ze een lekkere combinatie. De jonge slaplantjes hebben zich her en der zelf uitgezaaid. Zij zijn het gevolg van een paar slaplantjes die ik, tijdens de zomer, heb laten bloeien om hun zaad te verspreiden in onze moestuin. Ik doe dit ieder jaar opnieuw en daardoor hebben we zeer vroeg in het voorjaar verse sla. Het groen is een beetje harder als de oorspronkelijke plant maar dat nemen Anne en ik er zeer graag bij. De paardenbloemenblaadjes pluk ik op de zuidelijke talud. Hier vormen ze een groen veld van wel honderden planten. Het lijkt wel alsof ik ze gezaaid heb als groenbemester. Ik laat ze betijen want zij zijn ook het voorkeureten van onze kippen tijdens deze herfsttijd en zelfs tot diep in de winter. Ze bezorgen bijgevolg dus ons en onze kippen een lekker krokant groen blaadje wanneer nodig. Zo hebben we, wanneer we willen, een mooie mengeling sla die mij telkens opnieuw doet watertanden. Ik meng hier een paar kaasblokjes onder, voeg er wijnazijn en fijne notenolie aan toe en geniet als geen ander van deze herfstcollectie die recht uit onze tuin komt. De witte bietjes moeten nog een beetje aandikken maar kunnen half november zeker gebruikt worden als toemaatje bij een heerlijke raclette of kaasfondue. Ik heb een aantal jaren moeten leergeld betalen vooraleer ik besefte hoe je een serre maximaal kan benutten. Maar dit jaar ben ik er wel in geslaagd om ze gelijk welk jaargetij haar rol voluit te laten spelen en ik ben daar fier op. Tuinieren vraagt kennis, boekenwijsheid, moed, doorzetting maar vooral veel ervaring en geduld. Maar bovenal heel veel tijd en zoals ik aan vele vrienden en bezoekers vertel: ik heb meer tijd dan centen. Hoewel? De dagen van deze gepensioneerden vliegen zo voorbij en we hebben beiden nog veel werk op de plank.