Hansje pansje kevertje die kroop eens op een hek. Toen kwam de regen, die spoelde alles weg.
Vorige week kwam niet enkel de regen maar een hele storm op ons af. Gloria, zo heette de depressie, vulde al de rivieren, veroorzaakte grondverschuivingen en haalde heel wat mensen hun dagelijks leven volledig overhoop. De dag na de eerste sneeuw spoelden flinke regenbuien het mooie witte poeder gewoon weg. Woensdag 22 januari regende het de ganse dag door maar pas tijdens de nacht van woensdag op donderdag werd het pure ernst. Het water viel met bakken uit de lucht. Sommige buien waren zo hevig dat het wel leek of het dak het zou begeven. Het geluid van het neervallend regenwater was zo erg dat Anne en ik elkaar niet meer verstonden. Ook onze Wannes spitste de oren en keek ons een beetje angstig aan. Regelmatig liepen Anne of ikzelf even rond het huis om te kijken of alles in orde was en het vele water wel overal goed wegliep. Gelukkig had ik een paar dagen eerder de dakgoten proper gemaakt en de afvoergoten vrij van bladeren gemaakt. Die goten zijn onze beste troef bij zware regenbuien. Vooral de goot in het bos achter het huis doet haar werk uitstekend. In dit licht hellend bos stroomde het water nu de berg af en gelukkig de watergoot in. Zonder dit afvoerkanaal zou al het water in onze moestuin terechtkomen en vandaar ons huisje binnen.
We hadden onze les geleerd een paar jaren terug. Toen hebben we tijdens een volledige nacht de garage moeten watervrij maken. Ditmaal liep het gelukkig anders. De afvoerbuis kon het water amper bijhouden maar leidde het toch maar mooi af naar het dieper liggende perceel achter onze weide. Het vele regenwater gutste uit de pijp de kant af en weg van ons huis. Tussen ons huis en carpoort ligt de tuin ietsje lager. Hier vormde zich vroeger een hele vijver. Bij zware lange regens liep deze grote plas water over en recht onze garage-opslagruimte binnen. Ook dit hebben we een paar jaren geleden meegemaakt, vandaar weer een goot. Ook deze afvoer deed zijn werk nu uitstekend. Maar omdat deze geul het water afleidt naar de gemetste waterput op korte afstand en de put niet zo diep is, vormt hij de zwakke schakel in ons wateroverlast-bestrijdingsbeleid.
De woensdagochtend was de waterput reeds vol en was het dus pompen of verzuipen. Het weg te pompen water moet dan naar de lagerliggende weide worden geleid. De afstand die ik moest overbruggen, is gauw een vijftal meter. Gelukkig vond ik een aantal restanten van smalle dakgoten en een waterdarm die de juiste diameter had om aan te sluiten op onze dompelpomp. De waterslang was lang genoeg om de pomp te kunnen laten zakken in de waterput. Er restte mij juist genoeg lengte om het water te begeleiden naar de smalle dakgoten. Deze steunden op de kruiwagen en lager af rustten ze op de trekhaak van onze wagen en zo naar de weide. Het was een heel bouwsel maar het functioneerde. Er was meer één groot nadeel: ik moest de waterslang blijven vasthouden. Het duurde zo maar eventjes een klein halfuur vooraleer de put bijna leeg was en heel die lange periode moest ik zo veel mogelijk blijven stilstaan of het opgepompte water spoot alle kanten uit. Mijn handen verstijfden van de koude en de nattigheid. daarenboven was de houding waarin ik stond echt niet bevorderlijk voor mijn heupen en rug. Maar nood breekt wet en dus hield ik het vol. Na deze eerste oppompbeurt besliste ik wel om regelmatiger te pompen want dat verkortte de duurtijd aanzienlijk. Het bouwsel kon gerust blijven liggen want het was toch geen weer om een hond door te jagen. Hoewel, onze Wannes bleef heel die tijd plichtsgetrouw aan mijn zijde, in de pletsende regen. Hij was nat tot op zijn vel, de grote loebas. Het vele regenwater stroomde overal over ons domein. We hoorden zelfs het, toch wel aangename, geluid van het massaal opborrelende water. Op enkel plaatsen onstonden zelfs tijdelijke bronnen waaruit het overtollige bergwater wegstroomde. Ik heb dikwijls halt gehouden aan zo een bronnetje in de hoop dat het zou blijven lopen ook wanneer het zou stoppen met regenen. Ik besefte wel dat het ijdele hoop was maar hoop doet leven. Toch hadden Anne en ik gedurende enkele uren het plezier en het genot van een opperbeste opborrelende bron op ons grondgebied. Wij hebben de storm Gloria doorstaan wat niet van iedereen in de Aude kan gezegd worden. In Chalabre zijn een heleboel mensen verplicht uit hun huizen geëvacueerd vooral uit voorzorgsmaatregel. De Chalabreil, een klein stroompje, trad buiten zijn oevers en overspoelde de noorderzijde van het dorp. Bij de slachtoffers waren de Coop, een winkel met goederen voor tuin en dieren, en een begrafenisondernemer. De Hers en de Blau, twee andere kleine waterlopen, bleven gelukkig grotendeels binnen hun bedding. Al bij al viel de schade in Chalabre mee. Erger was het gesteld met de industriezone in Esperaza waar de Aude buiten haar oevers trad. De Intermarché waar wij onze boodschappen doen, het houtbedrijf waar wij onze voorraad brandhout aankopen en Thomas Loisirs, waar ik mijn zwaar tuingereedschap koop, stonden tot aan de knieën onder water. De civiele bescherming en de pompiers samen met de uitbaters en personeel waren zaterdag nog volop aan het werk om hun desbetreffende winkels te reinigen. Limoux werd ook zwaar getroffen. Hier overspoelde de Aude, de rivier, de stad. Zelfs de prefectuur stond onder water. De Aude haar waterniveau steeg met 5.80 meter. De hele omgeving van de Flassian, niet ver van de Leclerc waar wij ook onze boodschappen doen, werd overspoeld. In de hele wijk stond het water 1m60 hoog. Kortom veel inwoners van de Aude kampte met heel wat waterproblemen om nog niet te spreken van de grondverschuivingen die wegen versperden en de electriciteitsvoorziening onderbraken. Sommigen departementale wegen spoelden soms gewoon weg over tientallen meters waardoor honderden mensen dagenlang grote omwegen moesten maken om op hun bestemming te geraken. In een notedop, Anne en ik, zijn er dankzij onze reeds genomen maatregelen goed ontsnapt aan de wrede uitspattingen van de storm Gloria. Toch zijn er zeker een aantal verbeteringen en aanvullingen nodig om bij een volgend noodweer opnieuw en gemakkelijker het ontij te doorstaan. Wat zeker moet aangepast worden, is het oppompen en afvloeien van het water uit de regenput. Het zou volautomatisch moeten gaan. Een dompelpomp die aanslaat en haar opgepompte water via een vooraf klaargemaakte leiding weet laten weg te vloeien.
Daar zullen we kortelings dan ook werk van maken. Want één ding is zeker: de weerfenomenen zullen vaker voorkomen en veel sterker en groter in omvang zijn. De extremen zullen in de nabije toekomst de overhand halen en daar moeten we op voorzien zijn. Beter voorkomen dan verzuipen. Een bron van afvloeiend regenwater is heel plezant wanneer je verder niet van de regen in de drup komt.