Het masker heeft zijn intrede gedaan in Europa. Voor velen is het ondertussen al een modefenomeen terwijl het voor anderen met heel wat tegenzin wordt opgezet. Het is amper enige tijd geleden dat de maskers het ongure privilege waren van boeven en gangsters. Ik herinner mij nog de terechtwijzigingen van mijn ouders als ik durfde naar school te gaan met een Arafatsjaal rondom mijn hals. Had ik indertijd gedurfd dit symbool, uit de jaren zeventig van vorige eeuw, voor mijn neus en mond te binden dan was ik sowieso uit de toenmalige maatschappij gebannen. Het is nog geen zes maanden geleden dat er veel ophef en bijna revolutie was over de burqa terwijl nu een vijfde van onze maatschappij met een zwart masker zijn gezichtstrekken ontneemt aan de -verre- omgeving. Deze salafistische provocaties stonden toen hoog op de agenda terwijl we diezelfde onruststokers ondertussen halverwege tegemoetkomen. Het witte masker was en blijft nog steeds een beetje een taboe. Het behoort tot het uniform van de verplegende klasse en daarom voor het gewone volk "not done". Hoewel de Aziatische volkeren zich deze kleur hebben toegeëigend, en ze erop die manier opnieuw in slagen om er allemaal hetzelfde uit te zien, blijft het in de rest van de wereld verbonden met de medische wereld. Aanvankelijk waren er geen maskers verkrijgbaar en dus schakelde men in heel wat Westerse landen over op systeem D. Grootmoeders haalden hun naaimachine boven en de jeugd werd aangemoedigd door de vele voorbeelden die her en der verschenen in de vrijetijdsmagazines. Tot in alle uithoeken van elk Europees land werden thuis maskers gemaakt. De Europese overheden hadden niet met de ijver van hun burgers gerekend en zagen een economische geldmachine aan hun neus ontsnappen. Dat werd door hen niet in dank afgenomen en ze gingen in de aanval. De maskers waren niet goed genoeg. Ze gaven de burgers een gevoel van valse veiligheid en omwille van het zelfgemaakte masker waste diezelfde burger minder zijn handen. Je kon zomaar niet gelijk welke stof gebruiken want deze moest voldoen aan hun normen van dichtheid, het aantal knopen per vierkante centimeter en nog veel meer. De eisen die de regeringen stelden aan de huisbereide maskers waren nog strenger dan de medische maskers die door het personeel in de operatiekamer werden gedragen. Maar wanneer ze beseften dat de toelevering van de nodige veiligheidsmaskers zelfs voor deze vakmensen haperde, keerden ze hun kar. Ze stelden dan maar snel een gebruiksaanwijzing op. Het thuismasker moet regelmatig gewassen worden op zestig graden en gedroogd zijn op de juiste manier en voila het thuisgemaakte masker was ineens verplicht in het openbaar vervoer en zelfs streng aangeraden op de publieke plaatsen.
En het volk heeft, zoals gewoonlijk, deze bijna verplichte maskerdracht snel aanvaard met de gedachte: ik ben niet veranderd, het zijn de omstandigheden die veranderen. Het masker weerspiegelt voor mij twee waarheden. Het steunt de volksgezondheid maar beperkt terzelfdertijd, duidelijk zichtbaar, mijn vrijheid. Het masker is absoluut niet aangenaam om dragen. Ik stik eronder. Verder stamel je voor anderen en hoor je zelf weinig of niets verstaanbaar van wat je medemens je vertelt. Voor rokers moet het een absolute hinderpaal zijn. Om nog maar te zwijgen van hoe wij eruit zien en wat een troosteloos straatbeeld het ons schenkt. De monotone, zure maatschappij heeft samen met het masker de guitige tijden van voor het cofid19-virus, misschien voorgoed verdreven. Of het masker steeds verplicht wordt en blijvend zal zijn is nu reeds een politiek steekspel geworden. Sommige politiekers willen nu eindelijk ook eens hun stempel drukken, na een periode van opgelegd partijzwijgen omwille van de sanitaire éénsgezindheid, en willen de plicht van het dragen van het masker voor eeuwig aan hun naam verbinden. Sommige burgemeesters willen het verplichten in hun gemeente terwijl anderen het opleggen aan hun gemeentewerkers om zo hun burgers een schuldgevoel op te dringen. Het is een ware kakafonie omdat niemand in de nog steeds tijdelijke regeringskringen de knoop wil of kan doorhakken. Want ook de virologen, de magiërs van deze coronatijd zijn verdeeld over het nut van het masker. Zal de wijsheid het halen op de virologische dictatuur of zal onze maatschappij blijvend sociaal anders worden? Er wordt ons gezegd dat we er zullen moeten leren mee leven. Kan jij leven met een masker waarvan je merkt dat het de menselijke interacties ondermijnt en onze buitenhuiselijke contacten tot het minimum herleidt? Kan jij leven met het beeld dat niemand nog lacht? Zal je gewoon worden aan de stilte tussen de mensen wanneer de kleine woorden zoals "hallo, goedemorgen of tot ziens" verdwijnen uit ons sociale samenzijn? Welke interesse hebben ze nog als iedereen onder zijn masker leeft en de charme van de volkswijk eerst afneemt om daarna definitief te verdwijnen. Dat eenvoudige huisgemaakte masker, dat kleine stukje katoen verandert ons in helmduikers.
Ik ben van mening dat het masker niet zomaar een bevlieging is omdat het virus een blijver zal zijn. We zullen het stuk stof blijven voelen schuiven op onze neus, het blijven voelen schuren op onze wangen en de vochtdruppels van onze eigen adem voor altijd waarnemen op onze lippen. Het is vlug gezegd door sommigen, het is maar voor eventjes maar de pandemie is hier en ze laat zich niet vergeten. "De adem van de mens is dodelijk." zei Rousseau en ik hoop dat hij het ditmaal, niet bij het rechte eind heeft.