Het nieuwe jaar is begonnen. Het draagt het wonderlijke cijfer 2020, het jaar tweeduizend twintig of twintig-twintig. In het frans klinkt het echter veel feestelijker: vin(gt) vin(gt). Dit jaar wordt hier in Frankrijk dus echt wel " une année exceptionnelle!!!" Anne en ik hebben het oude jaar vaarwel gezegd en het nieuwe welkom geheten met een klassieke familiale fondue. Het was een lekker en gezellig afscheid. Het vlees kwam van bij onze plaatselijke slager uit Esperaza en was verrukkelijk. Het ossenhaas smolt als boter in de mond terwijl het kalfsvlees zelfs Anne bekoorde. Traditiegetrouw werd al dit lekkers omringd met verschillende sausjes. Neen, ze waren niet van Devos-Lemmens maar allemaal deskundig bereid door Anne. Sinds een paar jaren maakt Anne haar eigen mayonnaise. Ik zou haar zelf klaargemaakte mayonnaise voor geen geld ter wereld nog willen ruilen voor gelijk welke uit de supermarkt. Ondertussen heeft ze het gamma uitgebreid met overheerlijke currysaus, looksaus, cocktailsaus en absoluut niet te vergeten haar tartaarsaus, met kruiden uit de tuin. De sla en enkele tomaten, nog steeds uit onze serre, vergezelden het vlees. Heerlijk gefrituurde gewone en zoete aardappelen maakten het avondmaal volledig af. Eenvoudig zal je zeggen, jawel, maar zo delicieus. Wanneer ik de wijn inschenkte, moest ik aan mijn jeugdjaren denken. Ons vake was altijd zo fier als hij een goed flesje wijn ontkurkte met oudejaarsavond. Toen was fondue bij ons in het gezin, het eindejaarsgerecht bij uitstek. We zaten dan alle vijf gezellig rond de woonkamertafel waarop het fonduestel prijkte. Toen, in de jaren zeventig, was dat nog een oranje geëmailleerde pannetje met bloemetjes op de zijkant. Hieronder brandde, het nog steeds zelfde uitziende, zilverkleurig metalen vuurtje. Door aan het bovenste gedeelte van het kleine vuurtje te draaien opende je een paar gaatjes waardoor er meer zuurstof werd aangezogen en het vuurtje harder ging branden. We zijn ondertussen vin-vin (2020) en dat pannetje is nog steeds ongewijzigd. Wie dit concept heeft bedacht, is ondertussen wel zo rijk als Croesus geworden. Het vuurtje stond op zijn beurt op een, in dezelfde oranje kleur, geëmailleerd bordje. Dit schoteltje diende om de tafel te beschermen tegen de hitte van het vuurtje. Voor we konden beginnen, haalde ons vake het zilveren vuurtje binnen en plaatste het onder de fonduepan. Het brandde met brandalcohol en dit goedje had, en heeft nog steeds, een erg onaangename geur. Zelfs de reukloze brandalcohol riekt. Maar deze geur was voor mij het echte begin van een fijne oudejaarsavond. Ons moeke deed telkens haar uiterste best om heel wat lekkers op de tafel te toveren. In de jaren zeventig bestonden de kant en klare sausjes nog niet maar dat verhinderde haar niet om wat uit haar mouw te schudden. Met mayonnaise, pickels en ketchup kon ze al een eind op weg. Eén voor één gingen de lange vorkjes in de gloeiend hete olie. Daarna zaten we allemaal met spanning te wachten op ons eerste zelf gebakken vleesje dat we aan onze fonduevork hadden gespiest. De fonduepot pruttelde hevig en durfde soms wel eens te spatten. Wij konden erom lachen maar ons moeke maande ons vake dan streng aan om het vuur stiller te zetten. Hij deed dit met tegenzin omdat de olie, door de vele vleesjes die moesten gebakken worden, afkoelde en daardoor de baktijd duidelijk verlengde. Het vlees bakte niet meer maar zooide en dat vond ons vake, en ik, niet lekker. Het was de kunst om de olie op zo een hoge temperatuur te houden dat ze niet spatte maar wel een mooi korstje bakte aan je vleesje. De geur van het bakken zouden we nog dagenlang in het nieuwe jaar ruiken. Iedereen aan onze tafel genoot. Om de avond nog feestelijker te maken, koppelde onze ouders een spelletje aan het bakken. Wie zijn stukje vlees verloor in de fonduepan, kreeg een opdracht. Je moest ofwel een liedje zingen, een gedichtje voordragen of een verhaaltje vertellen. Het was steeds lachen als iemand de pineut was. Alleen al de mogelijke uitleg van één van ons die zijn vlees was kwijtgeraakt, deed iedereen uitgelaten tegen argumenteren. Vooral mijn broer was hier een kunstenaar in. Zijn mogelijk uitleg over het verlies van zijn gespiest vlees grensde aan het ongelooflijke en zeker het onmogelijke. Wanneer ons vake de dupe was, schoot iedereen dadelijk in een lach want we wisten bij voorbaat wat hij als opdracht zou brengen. Hij zong steeds het enige liedje dat hij kende. En hoewel we altijd allemaal opspeelden, toch zongen we uit volle borst mee: " Musje, musje vluggepoot..."
Die oudejaarsavonden zijn voorgoed in mijn geheugen gegrift en het uitschenken van de wijn deze oudejaarsavond maakte mij een beetje weemoedig. Anne zegt vaak dat ik veel op ons vake gelijk en waarschijnlijk heeft ze gelijk. Misschien daarom voelde ik hem even, samen met mij, de oudejaarsavondwijn uitschenken. Hij zou, eveneens als ons moeke, genoten hebben van onze fondue, weliswaar versie jaren '90, vorige eeuw. Een zwart gietijzeren pan op een houten draaischotel waar, voor zes potjes plaats is gemaakt om de huisbereide sauzen te presenteren. De kogelladers van de schotel maken het draaien zo feilloos dat een felle ruk de sauzen dadelijk in je bord en verder zouden katapulteren wat zeker niet de bedoeling is op een feestelijke avond. Kortom, we hebben genoten. Het was trouwens een aantal jaren geleden dat Anne en ik het vol hielden tot middernacht. Vorige jaren lagen we reeds in ons bedje rond halftwaalf. Misschien, door de leeftijd worden we wat trager maar wat zekerder is: we genieten meer van elk moment. De volgende ochtend, één januari vin-vin, hebben we elkaar allereerst begroet en gekust onder de maretak. Een traditie waarmee we altijd het nieuwe jaar inzetten. De maretak werd door de Keltische druïden in deuropeningen gehangen, waar hij een vruchtbaarheidssymbool was en het huis beschermde tegen boze krachten. Het geloof in maretak als afrodisiacum deed de gewoonte onstaan voor koppels, elkaar te kussen in de deuropening onder de maretak. Daarenboven moest de man een witte bes plukken van de maretak en deze wegsmijten. Met deze handeling bevestigde hij zijn geloof in de geneeskrachtige eigenschappen van de plant. Deze bessen zijn trouwens in grote hoeveelheden giftig. Anne en ik hebben het nieuwe jaar 2020 dus heel goed ingezet en de boze krachten zullen ook dit jaar -vinvin- het heel moeilijk krijgen om ons huis en zijn inwoners te treffen. Een goede gedachte is heel veel waard.
Blijft er mij alleen nog over om ook jullie, lezers, een fijn, gezellig, hoopvol en gelukkig nieuwe jaar te wensen. Onze maretak blijft allezins tot einde januari 2020 hangen in de hoop dat hij zijn mythische krachten gebruikt voor iedereen die zichzelf en zijn kleine en grote omgeving een warm hart toedraagt.
Gelukkig Nieuwjaar