Op een zondagnamiddag in september stopten Anne en ik bij een baanrestaurant "Rick's place" in het bedrijvenpark te Sint-Katelijne Waver. Al bij het uitstappen merkten we dat een klein maar zeer mooi zwart-wit getooid hondje naar elke wagen liep die de parking verliet. We zochten een plaatsje op het terras terwijl we het kleine ding verder in de gaten hielden. Ik bestelde een biefstuk en Anne een koninginnenhapje. Tijdens het wachten stelden we ons een heleboel vragen. Ik wilde weten of iemand hier ons meer uitleg kon verschaffen over het duidelijk achtergelaten of verloren dier. De kok wist ons te vertellen dat het hondje hier al een lange tijd rondliep want het at zijn aardappelschillen die hij door het venster van zijn keuken wierp. Ik benaderde het kleine beestje dat mij dadelijk volgde. We werden bediend en het hondje snoof de heerlijke geuren op. Zowel Anne als ikzelf deelden ons eten met het uitgehongerde dier. Na onze maaltijd stapte het jonge hondje weer naar de parking en vervolgde zijn zoektocht naar een baasje door opnieuw achter vertrekkende wagens aan te lopen. Een jonge dame die ook het beestje had opgemerkt stapte resoluut op hem af en pikte het op. Terwijl ze met hondje in haar handen onze tafel passeerde, zei ik haar dat ze een goed werk deed. Ze stopte en antwoordde: "Neen ik neem het mee naar het asiel want ik mag het niet houden op mijn appartement." Anne en ik keken elkaar aan en zonder verder te twijfelen reageerde ik snel: "Dan zullen wij er voor zorgen!" De dame lachtte breeduit en overhandigde het kleine dier. Ik had het amper vast als mijn handen krioelden van de vlooien. Deze jonge hond was duidelijk al een hele tijd aan zijn lot overgelaten. We reden snel naar huis om het dier te verzorgen. Thuisgekomen bleek al snel dat de hond geen vertrouwen had in mannen, dus ook niet in mij. Er zat dus niets anders op dan dat Anne zich over het beestje bekommerde. Omwille van de vlooien konden we het niet in huis houden want de houten vloeren waren een duidelijke uitnodiging tot huisvesting van deze insecten. We sloten de kleine hond op in het bijhuis. Hier zou hij moeten overnachten want de dierenarts zou de volgende ochtend ons als eerste klant opzoeken. Het beestje jankte de hele buurt bijeen en er zat dus niets anders op dan dat Anne het verplicht gezelschap hield. Ze behandelde het met twee potjes vlooiendruppels die we altijd in huis hadden voor onze poes Willy. De ganse nacht streelde ze het jonge dier en plukte de vluchtende vlooien uit zijn pels.
De volgende ochtend was de dierenarts snel daar. Hij onderzocht het arme dier en kon amper zijn tranen bedwingen. De pootjes zaten onder het bloed van het voortdurend achter wagens lopen, haar neus was een tijdje terug gebroken geweest en erger: de chip was botweg uitgesneden en verwijderd. We hoefden dus niet op zoek te gaan naar de vorige hondenbezitters en beseften plots dat het arme dier eigenlijk mishandeld en achtergelaten was. Dirk, de dierenarts feliciteerde ons met onze nieuwe aanwinst en vroeg hoe we het jonge hondje zouden noemen. Anne antwoordde dadelijk Rikske naar de plaats waar we het gevonden hadden. Dirk keek haar verbaasd aan en zei dat het wel een teefje was. We lachten alllemaal omwille van de situatie maar verwelkomden haar honderduit. Later werd ze na lang overleg Babette genoemd.
Wij hebben nooit begrepen waarom iemand zulk een mooi, schattig, aanhankelijk, slim koppig en gedecideerd jong hondje kon mishandelen en achterlaten. Anne sloot haar onmiddellijk in haar hart terwijl ik het er moeilijker mee had omdat Babette duidelijk de mannen vreesde en van mij steeds wegliep. Haar reactie toen was zeer terecht. Een beetje later merkten we dat als ik vertrok en haar nog even wilde aaien met mijn autosleutels tussen mijn vingers zij helemaal verkrampte en haar hoofdje volledig wegdraaide. We wisten toen dadelijk dat haar vorige baas haar met zijn sleutels op haar neus had geslagen en zo haar tussenschot had gebroken. Wat een pijn en angsten moet zij toen doorgemaakt hebben. Omdat Babette bleef schrik hebben van mij en zich absoluut niet liet benaderen, stelde Anne op een bepaalde dag voor om met haar te gaan wandelen. Ik vond het geen slecht idee en voegde de daad bij het woord. We gingen met ons drieën tot in de weide achter onze woning in Mechelen en daar liet Anne ons even alleen. Babette bleef wonderwel staan. Ik klikte de leiband vast en dat lokte een verschrikkelijke reactie van onze Babette uit. Ze tolde als een torpedo om haar leiband heen. Ik panikeerde want ik dacht dat ze haar zo zou ophangen aan haar leiband en haastte mij met bevende handen de leiband los te maken van haar halsband. Ik gooide de leiband vloekend weg en riep haar toe dat ze het maar moest weten. Ik wandelde met grote stappen weg. Ik was bijna uit haar zicht als ze plots in alle haasten kwam aangelopen en naast mij stopte. Zij keek omhoog recht in mijn ogen. Haar oren gingen een beetje overeind staan en ze liet haar hoofdje een beetje schuin hangen. Ik maakte hieruit op dat ze beslist met mij mee op wandel wilde maar dan zonder leiband. Ik lachte even en wandelde verder. Ik besliste een tochtje langs de velden te maken zo was er absoluut geen gevaar voor onze Babette op onze eerste uitstap.
En wat hebben Babette en wij wat afgewandeld. Ze reisde met ons mee door heel Europa, ja zelfs tot in Groot-Brittanië. Ik ben voor haar Engels dossier speciaal naar het ministerie van landbouw in Brussel gereden om al de papieren in orde te krijgen. Zij was de beste waker die we ons konden dromen op al onze tochten met de mobilhome. Geen rivier te diep, geen berg te hoog en geen tocht te lang, ons Babetje wandelde overal mee. Ook hier in Puivert wandelde ze dapper met Juan, onze stoere Duitse herder en mijzelf. Haar korte pootjes verpletterden alle afstanden. Ze gaf nooit geen krimp en we hebben haar nooit horen kreunen of janken. Ze was wel erg koppig en liet steeds duidelijk merken wat ze wilde. Zij besliste vaak welke richting de ochtendwandeling uitging en onze Juan en later Wannes en ikzelf, wij volgden haar beslissing. De Duitse herders een beetje uit stommigheid en ikzelf omdat het mij niet uitmaakte en het zelfs grappig vond dat ons kleine mosselke haar wet dicteerde. Overal waar ze kwam, oogste ze fijne blikken en zachte aaitjes. Weinigen konden aan haar charme weerstaan. Haar zwartwitte getekende vacht was haar oogmerk. Overal waar we kwamen, herkenden de mensen ons aan Babette. Als ze op mijn schoot zat aan een terrastafeltje op café, stapten andere bezoekers spontaan op ons af. Zij was heel vaak het verbindingsstreepje tussen ons en later geworden vrienden. Babette was onze geluksbrenger en ware mascotte. Zeventien jaren heeft ze ons leven in evenwicht gehouden en ons veel geluk gebracht. Babette heeft Anne en mij dichter bij elkaar gebracht, heeft ons heel vaak tweemaal doen nadenken vooraleer stomme dingen te doen. Zij was een echt godsgeschenk.
Ons Babetje is woensdagmiddag om twee uur ingeslapen. Tot op het einde schonk ze ons haar volledige vertrouwen, vriendschap en liefde. Haar kaarsje was ten einde en haar leed rekken was absoluut geen optie. Het was en is nog steeds een harde noot om te kraken. Zij was overal en altijd aanwezig. Zij was gedurende zeventien jaren de ziel van ons gezin en het zonnetje in ons leven. we hebben haar begraven naast onze Juan onder de appelbomen in haar geliefde weide. Vanop het bankje overschouwde ze hier de bossen en de weidse natuur. Ze overschouwt nu vanop een andere berg ons doen en laten en ik weet heel zeker dat ze voor altijd in onze beider harten zal wonen.